Veelgestelde vragen

"Het belangrijkste is niet ophouden met vragen stellen" (A. Einstein)

Op deze pagina vind u vragen en antwoorden over diverse onderwerpen, zoals salarissen, administratie, personeel, omzetbelasting en loonheffingen en overige belastingen.

In 2020 veranderen de bijtellingspercentages wederom en zal er alleen nog maar een onderscheid gemaakt worden tussen wel of geen CO₂ uitstoot.

De bijtelling voor auto’s met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2020 of later is 22% van de cataloguswaarde. Voor auto’s zónder CO₂-uitstoot, oftewel elektrische auto’s geldt een bijtelling van 8% (was tot en met 2019 4%). Daarnaast is het zo dat dit percentage geldt tot maximaal € 45.000 (ook wel oneerbiedig Tesla tax genoemd). Voor de waarde van de auto boven dit bedrag geldt ook het bijtellingspercentage van 22%.
Het 8%-percentage geldt voor 5 jaar oftewel 60 maanden. De termijn van 60 maanden start op de 1e dag van de maand na de maand van eerste toelating van de auto. Het percentage blijft ook gelden als de auto van eigenaar wisselt of als een andere werknemer de auto gaat gebruiken. Na afloop van de periode van 60 maanden wordt het percentage opnieuw vastgesteld aan de hand van de regels die op dat moment gelden.

Tussen 2021 en 2026 zal het bijtellingspercentage voor elektrische auto’s stapsgewijs toenemen tot 22 procent. Vanaf 2026 is het bijtellingspercentage voor elektrische auto’s dus gelijk aan die van benzine- en dieselauto’s.

Overigens zijn elektrische auto’s op dit moment nog steeds vrijgesteld van wegenbelasting en aanschafbelasting (BPM) !

LIV staat voor LageInkomensVoordeel en wordt uitgevoerd door de Belastingdienst en het UWV.

Neemt u vanaf 2020 een werknemer in dienst met een laag loon dan heeft u wellicht recht op een tegemoetkoming in de loonkosten, dit is het Lage-inkomensvoordeel (LIV). Het LIV is op 1 januari 2017 ingegaan.

Er zijn 2 soorten LIV te onderscheiden te weten:

  • lage-inkomensvoordeel (LIV) : tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. Hierdoor dalen de loonkosten voor de werkgever
  • jeugd-LIV : regeling die in werking is getreden als gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon per 1 juli 2017. Doel van het jeugd-LIV is werkgevers te compenseren voor het feit dat jongeren van 18 tot en met 21 jaar duurder worden door de verhoging van het minimumjeugdloon

 

Per 1 januari 2020 wijzigen het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV. Het LIV hangt af van het gemiddelde uurloon van de werknemer.

Er zijn op dit moment twee groepen te onderscheiden:

  • werknemers met een gemiddeld uurloon van gelijk of meer dan € 10,05, maar niet meer dan € 11,07,
  • werknemers met een gemiddeld uurloon van meer dan € 11,07, maar niet meer dan € 12,58.

Met ingang van 1 januari 2020 vervalt het onderscheid tussen deze twee groepen werknemers. Er geldt dan nog maar een bedrag van het voordeel per verloond uur en een maximaal bedrag per kalenderjaar van het LIV . Voor een werknemer met een gemiddeld uurloon van € 10,05 of meer, maar niet meer dan € 12,58 heeft de werkgever aanspraak op een LIV van € 0,51 per verloond uur met een maximum van € 1.000 per kalenderjaar. Deze bedragen worden per 1 januari 2020 nog geïndexeerd aan de hand van de hoogte van het minimumloon per 1 januari 2020.

Ook wijzigen per 1 januari 2020 de bedragen die gelden voor het jeugd-LIV. Het bedrag van het voordeel per verloond uur en het maximale bedrag per kalenderjaar per werknemer gaan naar beneden.

U hoeft zelf geen verzoek te doen om het LIV aan te vragen. Het UWV haalt de benodigde gegevens uit de ingediende loonaangiften van het desbetreffende jaar en uit haar polisadministratie.

Bij toekenning van het LIV gaat de Belastingdienst uit van de gegevens in de loonaangifte. Het LIV over 2019 wordt in 2020 uitbetaald. Het LIV geldt voor werknemers die:
– een gemiddeld uurloon verdienen van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon
– minimaal 1.248 verloonde uren hebben
– de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt

Binnen het kalenderjaar is er geen maximumduur van het LIV. Zolang de werknemer maar aan de voorwaarden voldoet, heeft u recht op de tegemoetkoming.

De AOW-leeftijd is per 1 januari 2020  66 jaar en 4 maanden.
De AOW-leeftijd gaat verder in stappen omhoog naar 66 jaar en 7 maanden in 2022, 66 jaar en 10 maanden in 2023 en 67 jaar in 2024.

Vanaf 2025 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. U ontvangt uw eerste AOW-pensioen vanaf de dag waarop u uw AOW-leeftijd bereikt. Uw AOW-leeftijd hangt af van uw geboortedatum.

De overheid informeert u 5 jaar van te voren wanneer u AOW krijgt.

Het wettelijk minimumloon / minimumjeugdloon wordt door de overheid 2x per jaar vastgesteld, per 1 januari en per 1 juli.
Alle werknemers vanaf 21 jaar hebben recht op het wettelijk minimumloon. Dit is het loon dat u minimaal moet ontvangen als u werkt. Voor jongere werknemers (15 tot 21 jaar) geldt het minimumjeugdloon.

Het (bruto) wettelijk minimumloon per 1 januari 2020 bedraagt (per maand):

21 jaar en ouder: € 1.653,60
20 jaar: € 1.322,90
19 jaar: € 992,15
18 jaar: € 826,80
17 jaar: € 653,15
16 jaar: € 570,50
15 jaar: € 496,10

Als u zonnepanelen aanschaft als particulier dan kunt u de btw over de aanschaf en installatie terugvorderen (e.e.a. als gevolg van de uitspraak van het Europese Hof in de Oostenrijkse zaak Fuchs).

Om in aanmerking te komen voor BTW teruggaaf moet u zich als ondernemer laten registreren bij de Belastingdienst.
Deze verstrekt u een btw-nummer en aan het einde van het kwartaal ontvangt u een papieren BTW aangifte of verzoek om digitaal BTW aangifte te doen via de portal van de Belastingdienst (papier of digitaal is afhankelijk van het feit of het eerste kwartaal een volledig kwartaal is).

Op deze eerste aangifte betaalt u ook eenmalig een forfait wat afhankelijk is van het wattpiek vermogen van uw installatie. Door betaling van dit forfait ontslaat de Belastingdienst u feitelijk om de energiemaatschappij waaraan u de stroom levert periodiek een (BTW)factuur te sturen voor de geleverde elektra.

Aan het einde van het kalenderjaar stuurt u een verzoek naar de Belastingdienst om ontheffing van uw administratieve verplichtingen (in dit geval voor het doen van BTW aangifte).

Wij kunnen ons voorstellen dat u niet op al deze administratieve rompslomp zit te wachten. Wij hebben reeds voor tientallen particulieren dit totale traject verzorgt.
De kosten hiervan bedragen slechts € 100 (excl. BTW, de BTW wordt namelijk ook via de Belastingdienst teruggevorderd!). Indien u interesse heeft kunt u contact met ons opnemen. Wij helpen u graag verder!

Op aanslagen en aangiftes van de belastingdienst zijn vaak codes te vinden, deze codes geven informatie over de soort aanslag en de periode van de aangifte of aanslag. Hieronder vind u een overzicht van de meest voorkomende coderingen en hun betekenis.

Indien u alleen het betalingskenmerk weet dan kunt u dat met deze module omrekenen.

De codering in letters is als volgt

Omzetbelasting

B – Omzetbelasting
F – Naheffingsaanslag omzetbelasting
O – Teruggave omzetbelasting

Loonbelasting

L – Loonheffing
A – Naheffingsaanslag loonheffing
J – Teruggave loonheffingen – bijdrage zorgverzekeringswet

Inkomstenbelasting

H – Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen
N – Inkomstenbelasting (gemoedsbezwaarden)

Zorgverzekeringswet

W – Zorgverzekeringswet

Vennootschapsbelasting

V – Vennootschapsbelasting

Motorrijtuigenbelasting

M – Motorrijtuigenbelasting
Y – Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting

De codering in cijfers is als volgt

Voor de letter vind u het fiscale- of BSN-nummer (burgerservicenummer), na de letter vind u de tijdvakcodering en de status codering. Dit werkt als volgt:

Als eerste wordt het laatste cijfer van het jaar of jaar met periode weergegeven, hierna volgt een statuscodering:

De statuscodes zijn als volgt:

0 tot en met 5 – 1e tot en met de 5e voorlopige aanslag
6 – Definitieve aanslag
7 tot en met 9 – 1e tot en met de 3e navorderingsaanslag

De periodecodes zijn maandnummers of indien kwartalen:

21 – 1e kwartaal
24 – 2e kwartaal
27 – 3e kwartaal
30 – 4e kwartaal

Voorbeelden (0000.00.000 als fiscaal / BSN nummer):

0000.00.000.H.56 – Definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015
0000.00.000.B.01.6040 – Omzetbelasting april 2016

Heeft u nog vragen over aangiften, aanslagen of andere fiscale zaken dan kunt u contact met ons opnemen.

Iedere ondernemer is wettelijk verplicht zijn administratie 7 jaar te bewaren (fiscale bewaarplicht). Daarbij moet u denken aan:

– grootboek
– debiteuren- en crediteurenadministratie
– voorraadadministratie
– in- en verkoopadministratie
– loonadministratie

In verband met de herzieningstermijn van de aftrek voorbelasting voor onroerende zaken, zoals bedrijfspanden, moet u de gegevens van onroerende zaken 10 jaar bewaren.

Over de vorm waarop u uw gegevens bewaart kunnen afspraken worden gemaakt met de belastingdienst.